ECLI:NL:RBMNE:2023:2356
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van de aanvraag voor een Verklaring Omtrent het Gedrag voor stage in de zorg
Eiser heeft een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aangevraagd voor een stagefunctie als begeleider in de zorg. De minister weigerde de VOG omdat eiser binnen de terugkijktermijn van twee jaar is veroordeeld voor het medeplegen van smokkel en vervoer van grote hoeveelheden cocaïne en hasj. De rechtbank bevestigt dat het screeningsprofiel voor gezondheidszorg en welzijn van toepassing is, ongeacht of het om een stage of een volwaardige functie gaat.
De rechtbank volgt de minister in de beoordeling dat het objectieve criterium is voldaan: het strafblad van eiser vormt een risico voor een behoorlijke uitoefening van de functie, gezien de afhankelijkheidsrelaties in de zorg en het risico op misbruik. Het subjectieve criterium weegt niet in het voordeel van eiser, ondanks zijn persoonlijke inzet, proeftijd, en positieve reclasseringsrapporten. De ernst van het delict en het korte tijdsverloop sinds de veroordeling wegen zwaarder.
De rechtbank oordeelt dat het belang van de samenleving bij bescherming prevaleert boven het belang van eiser bij het verkrijgen van de VOG. De aanvraag wordt daarom terecht afgewezen en het beroep ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de VOG-aanvraag wordt ongegrond verklaard en de VOG wordt niet verleend.