ECLI:NL:RBMNE:2023:2366
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in strafzaak
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die de hoofdzaak behandelde. De wrakingskamer heeft vastgesteld dat het verzoek pas na de einduitspraak is ontvangen, namelijk op dezelfde dag maar na het vonnis. Volgens artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering kan een wrakingsverzoek alleen worden ingediend zolang de rechter nog betrokken is bij de zaak.
De wrakingskamer oordeelt dat het doel van wraking – het voorkomen van onpartijdigheid in de behandeling van de zaak – niet meer kan worden bereikt nadat de rechter een einduitspraak heeft gedaan. Verzoeker had eerder brieven ingediend, maar deze bevatten geen geldig wrakingsverzoek. Daarom is het verzoek niet-ontvankelijk.
De wrakingskamer heeft op grond van deze niet-ontvankelijkheid besloten af te zien van een mondelinge behandeling en heeft het verzoek afgewezen. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken op 12 april 2023. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de einduitspraak is ingediend.