Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2023:2453

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
25 mei 2023
Publicatiedatum
26 mei 2023
Zaaknummer
556974 / HA RK 23-97
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 37 lid 2 RvArt. 4 lid 2 onder c Wrakingsprotocol
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen rechter, griffier en rechtbank Midden-Nederland

Verzoeker diende op 3 mei 2023 een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in een civiele hoofdzaak, alsmede tegen de griffier en de gehele rechtbank Midden-Nederland. De brief werd per abuis niet direct doorgestuurd naar de wrakingskamer. Tijdens een zitting op 15 mei 2023 werd het wrakingsverzoek geconstateerd, waarna de zitting werd beëindigd en de hoofdzaak geschorst.

De wrakingskamer beoordeelde het verzoek en concludeerde dat verzoeker geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die een schending van de rechterlijke onpartijdigheid aannemelijk maken. Het verzoek was daardoor niet gemotiveerd en derhalve kennelijk niet-ontvankelijk. Ook het wrakingsverzoek tegen de griffier en de gehele rechtbank werd afgewezen, omdat wraking alleen kan worden gericht tegen individuele rechters die de zaak behandelen.

De wrakingskamer besloot verzoeker niet-ontvankelijk te verklaren, de griffier te gelasten de beslissing te communiceren aan alle betrokkenen, en de hoofdzaak voort te zetten in de stand van schorsing. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen rechter, griffier en rechtbank is niet-ontvankelijk verklaard en hoofdzaak wordt voortgezet.

Uitspraak

Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Lelystad
Zaaknummer/rekestnummer: 556974 / HA RK 23-97
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van
25 mei 2023
op het verzoek in de zin van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
(verder te noemen verzoeker).

1.De procedure

1.1.
Verzoeker heeft met de op 3 mei 2023 ter griffie van deze rechtbank ingekomen brief een verzoek tot wraking ingediend van mr. K.G. van de Streek als behandelend rechter (hierna te noemen: de rechter) in de hoofdzaak met zaaknummer 10423846 LT VERZ 23-1196. In dezelfde brief heeft verzoeker ook verzoeken ingediend tot wraking van de griffier en de rechtbank Midden-Nederland. De brief van 3 mei 2023 is per ongeluk niet direct doorgestuurd naar de wrakingskamer.
1.2.
In de hoofdzaak stond een zitting gepland op 15 mei 2023. Omdat de rechter niet wist dat hij was gewraakt, heeft hij die zitting niet aangehouden. Kort na aanvang van de zitting is deze vanwege het geconstateerde wrakingsverzoek beëindigd en is de hoofdzaak geschorst. De brief van 3 mei 2023 is vervolgens alsnog ter verdere behandeling doorgestuurd naar de wrakingskamer.
1.3.
De rechter heeft de wrakingskamer laten weten niet te berusten in de wraking.
1.4.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.De beoordeling

Ten aanzien van de wraking van de rechter
2.1.
Artikel 36 Rv Pro bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.
2.2.
Uit artikel 37 lid 2 Rv Pro volgt dat het wrakingsverzoek gemotiveerd moet worden gedaan. Verzoeker heeft bij zijn wrakingsverzoek geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit de vooringenomenheid van de rechter blijkt of die de conclusie rechtvaardigen dat de rechterlijke onpartijdigheid op een andere manier schade zou kunnen leiden.
2.3.
Omdat het wrakingsverzoek niet is gemotiveerd, is het kennelijk niet-ontvankelijk.
2.4.
Op grond van deze kennelijke niet-ontvankelijkheid kan een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek achterwege blijven (artikel 4 lid 2 onder Pro c van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank).
Ten aanzien van de wraking van de griffier en gehele rechtbank
2.5.
Over het verzoek tot wraking van de griffier en de gehele rechtbank Midden-Nederland overweegt de wrakingskamer als volgt.
2.6.
Uit artikel 36 Rv Pro volgt dat een wrakingsgrond gelegen moet zijn in feiten en omstandigheden die de persoon van de rechter betreffen. Hieruit volgt dat een wrakingsverzoek alleen kan worden ingediend tegen een individuele rechter die de hoofdzaak behandelt. Voor zover de wrakingsverzoeken zijn gericht tegen de griffier en alle andere leden van de rechtbank, is dus geen sprake van een wrakingsverzoek in de zin van de wet en verzoeker is daarom niet-ontvankelijk in deze verzoeken.

3.De beslissing

De wrakingskamer:
3.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoeken;
3.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, de betrokken teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is, en de president van deze rechtbank;
3.3.
bepaalt dat de procedure van verzoeker met zaaknummer 10423846 LT VERZ 23-1196 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.G. Nicholson, voorzitter, mrs. M.M. Janssen-Witteveen en J.F. Haeck als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. E.F.Q. van Dooren, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 mei 2023.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.