Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 8,
- de brief van 14 februari 2023 waarin een mondelinge behandeling is bepaald
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De huurder huurt sinds 2012 een driekamerwoning van Bo-Ex, die de huurovereenkomst wil ontbinden omdat de huurder niet zijn hoofdverblijf in de woning zou hebben en het gehuurde onderverhuurt aan zijn zoons.
De huurder betwist dit en stelt dat hij wel zijn hoofdverblijf heeft en dat zijn zoons tot zijn gezin behoren. Uit een uitgebreid onderzoek, waaronder verklaringen van omwonenden en bankgegevens, blijkt dat de huurder vaak niet thuis is en hoofdzakelijk bij zijn vriendin verblijft. De inrichting van de woning en het gebruik door zijn zoons wijzen erop dat hij niet als hoofdverblijfhouder kan worden aangemerkt.
De kantonrechter oordeelt dat het ontbreken van hoofdverblijf een tekortkoming is die ontbinding rechtvaardigt. De onderhuur aan de zoons is zonder toestemming en leidt tot een boete. De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen, betaling van de boete en proceskosten.
De kantonrechter wijst het meer of anders gevorderde af en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden omdat de huurder niet zijn hoofdverblijf in de woning heeft; hij moet ontruimen en een boete betalen wegens onderhuur.