ECLI:NL:RBMNE:2023:2507
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waarde woning ondanks asbest en scheurvorming
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar op €296.000 is vastgesteld per 1 januari 2021. Eiser betoogde een lagere waarde van €243.000 en voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met asbest, scheurvorming en de ligging nabij een rotonde.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Dit blijkt uit de vergelijking met drie referentiewoningen in hetzelfde complex en de gebruikte taxatiematrix. De aanwezigheid van asbest op het balkon en de scheurvorming rechtvaardigen geen verdere waardevermindering.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het terugvorderen van griffierecht en proceskostenvergoeding af. Partijen is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €296.000 blijft gehandhaafd.