Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
proces-verbaal van verhoor aangever met bijlagen [2] van 25 oktober 2022 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
proces-verbaal van verhoor aangever [3] van 25 oktober 2022 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
proces-verbaal van verhoor aangever [4] van 27 oktober 2022 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
proces-verbaal van bevindingen [5] van 26 oktober 2022 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
ter terechtzittingvan 25 april 2023 verklaard:
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
- verdachte heeft de wens om als basis terug te willen keren naar zijn gezin om vanuit daar te werken aan een verdere toekomst;
- hij heeft nog geen afgeronde opleiding en is zoekend wat dit moet worden;
- hij heeft nog nooit enige hulpverlening gehad, terwijl er wel diverse problemen op zijn pad zijn gekomen;
- zowel de psycholoog als de reclassering zien mogelijkheden voor pedagogische beïnvloeding en zij beiden concluderen tot een lage recidivekans.
- een uittreksel uit de Justitiële Documentatie betreffende verdachte van 21 maart 2023;
- een Pro Justitia psychologisch onderzoek van 2 april 2023, opgesteld door S. Pantelić, psycholoog;
- een aanvullend e-mailbericht van de psycholoog van 18 april 2023;
- een rapportage van de reclassering van 7 april 2023, opgesteld door I.H. Breewel, reclasseringswerker.
first offender, kan qua normen en waarden nog gestuurd worden en zijn vader heeft nog invloed op zijn leven. Anderzijds zijn er in de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd ook aanknopingspunten te vinden om het volwassenstrafrecht toe te passen, zoals het georganiseerde c.q. geplande karakter. Dit laatste impliceert dat de overval geen ‘impulsdelict’ betrof en verdachte dus de gelegenheid moet hebben gehad om na te denken over de ernst van het feit en de te verwachten impact daarvan op de slachtoffers. Alles afwegend zal de rechtbank de adviezen van de deskundigen overnemen en het jeugdstrafrecht toepassen.
first offenderuit van een jeugddetentie vanaf zes maanden. De rechtbank zal echter van dit uitgangspunt afwijken gelet op alle omstandigheden zoals hiervoor genoemd met betrekking tot de ernst van het feit. De rechtbank weegt daarbij in strafverzwarende zin onder meer mee dat bij de overval gebruik is gemaakt van vuurwapens, dat de vuurwapens daarbij ook tegen de hoofden van de slachtoffers zijn gezet, dat de feiten in vereniging zijn gepleegd en het georganiseerd karakter van de groep. Daarbij houdt de rechtbank ook rekening met hetgeen is overwogen ten aanzien van de vraag of het jeugdrecht moet worden toegepast. De omstandigheden zoals daar genoemd die pleiten voor toepassing van het volwassenstrafrecht, zijn omstandigheden die hier in strafverzwarende zin meewegen. Het betrof immers een geplande, goed voorbereide overval, waar verdachte zich op meerdere momenten aan had kunnen onttrekken, maar zelf heeft besloten om alsnog hieraan mee te doen. Er was geen sprake van een impulsdelict. Nu is dan ook het moment dat verdachte ook deze consequenties van zijn keuze zal moeten ondergaan.
9.BENADEELDE PARTIJEN
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
- verklaart het onder 1 en 2 tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders onder 1 en 2 tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de jeugddetentie een gedeelte van
- stelt daarbij een
- als
bijzondere voorwaardendat verdachte gedurende de proeftijd:
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 5.000,-, bestaande uit immateriële schade;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf 25 oktober 2022 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft de gevorderde materiële schade niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 5.000,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf 25 oktober 2022 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling niet aan te vullen met gijzeling (0 dagen);
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 5.000,-, bestaande uit immateriële schade;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf 25 oktober 2022 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 5.000,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf 25 oktober 2022 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling niet aan te vullen met gijzeling (0 dagen);
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.