Eisers vorderen dat gedaagden een deel van de saneringsvergoeding delen als schadeloosstelling en dat zij vanaf december 2019 nog 10% van de opbrengst van de windturbines aan hen betalen. Gedaagden stelden dat zij vrijwillig de exploitatie staakten en dat de contractuele bepalingen geen schadeloosstelling of voortzetting van betalingen verplichten.
De rechtbank oordeelt dat gedaagden in 2017 vrijwillig lid werden van vereniging Swifterwint en niet onder dreiging van onteigening stonden. Het Projectplan Blauw en het Rijksinpassingsplan waren toen nog niet bindend, en er was geen bewijs dat gedaagden geen andere keuze hadden dan lid te worden. De saneringsvergoeding wordt betaald vanuit vereniging Swifterwint en niet door de overheid, waardoor geen causaal verband met onteigeningsdreiging bestaat.
Verder is artikel 12c van de participatieovereenkomst niet van toepassing, en artikel 12d verplicht niet tot schadeloosstelling. Ook de vergoedingssystematiek van de saneringsvergoeding leidt niet tot een betalingsverplichting aan eisers. De rechtbank bevestigt dat artikel 5c van de overeenkomst geldt, waardoor gedaagden tot december 2024 geen vergoeding verschuldigd zijn vanwege verlengd onderhoud.
De vorderingen tot inzage in stukken worden afgewezen wegens ontbreken van rechtmatig belang. De rechtbank veroordeelt eisers hoofdelijk in de proceskosten. De vorderingen worden derhalve volledig afgewezen.