ECLI:NL:RBMNE:2023:2544
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering voorschot WIA-uitkering na definitieve vaststelling zonder geslaagd beroep op vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel
Eiser ontving een voorschot op zijn WIA-uitkering over de periode van 1 oktober 2020 tot en met 30 september 2021. Na definitieve vaststelling van de uitkering stelde het UWV vast dat eiser een brutobedrag van € 8.058,32 te veel had ontvangen, omdat hij over een deel van die periode geen inkomen had en ten onrechte loonaanvullingsuitkering kreeg toegekend. Het UWV besloot tot terugvordering van een nettobedrag van € 5.835,10.
Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat het UWV onterecht zijn inkomen niet had gemiddeld, waardoor hij onterecht een vervolguitkering in plaats van loonaanvullingsuitkering ontving. Hij voerde aan dat het UWV handelde in strijd met het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. Tevens stelde hij dat hij na 1 april 2021 recht had op loon en dat hij dit zal afdwingen via een bodemprocedure tegen zijn werkgever.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ongegrond is. Er was geen sprake van uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen door het UWV die bij eiser gerechtvaardigde verwachtingen hadden gewekt. Ook had eiser geen concrete gelijke gevallen aangevoerd waaruit bleek dat het UWV anders had gehandeld, zodat het gelijkheidsbeginsel niet slaagt. Daarnaast is de inkomenseis van de loonaanvullingsuitkering dwingendrechtelijk, waardoor het UWV niet bevoegd is hiervan af te wijken.
Eiser voerde ook aan dat er dringende redenen waren om af te zien van terugvordering vanwege financiële noodsituatie. De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de terugvordering tot onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen leidt. Daarom zijn er geen dringende redenen om van terugvordering af te zien.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het griffierecht en proceskostenvergoedingen af en bevestigde de terugvordering van het voorschotbedrag.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van het voorschot op de WIA-uitkering wordt bevestigd.