ECLI:NL:RBMNE:2023:2547
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.C. Hagedoorn
- Rechtspraak.nl
Vernietiging consumentenkredietovereenkomst wegens niet-naleving informatieplicht
De eisende partij, een gemeentelijke kredietbank, vorderde betaling van een openstaand bedrag uit een kredietovereenkomst gesloten in het kader van gemeentelijke schuldhulpverlening. De overeenkomst betrof een krediet van €16.161,59 met een rentevergoeding van 9,6% per jaar, terug te betalen in maandelijkse termijnen.
De kantonrechter heeft ambtshalve getoetst of de overeenkomst onder de consumentenbeschermende bepalingen van titel 2A van boek 7 BW valt en of de uitzonderingsregeling van artikel 7:58 lid 2 onder Pro j BW van toepassing is. Gezien het rentepercentage en het ontbreken van een nadere toelichting concludeerde de rechter dat het geen uitzondering betrof, maar een gewone consumentenkredietovereenkomst.
Vervolgens bleek dat de eisende partij niet had voldaan aan de informatieplicht zoals voorgeschreven in artikel 7:60 BW Pro. Hierdoor werd de overeenkomst vernietigd met terugwerkende kracht, waardoor de eisende partij slechts recht heeft op terugbetaling van het nominale kredietbedrag minus reeds betaalde bedragen. De kantonrechter veroordeelde de gedaagde tot betaling van €5.372,39, verminderd met reeds betaalde rente en kosten, en legde de proceskosten bij de eisende partij.
De uitspraak benadrukt het belang van ambtshalve toetsing van consumentenbescherming, ook bij minnelijke regelingen, om de zwakkere positie van de consument te beschermen.
Uitkomst: De kredietovereenkomst wordt vernietigd en de gedaagde moet het nominale kredietbedrag minus reeds betaalde bedragen terugbetalen.