Uitspraak
[onderbewindgestelde]te [woonplaats] ,
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een kort geding tussen Stichting De Alliantie en [gedaagde], bewindvoerder van [onderbewindgestelde], over het gebruik van een woning waarvan de huurovereenkomst met de moeder van [onderbewindgestelde] is beëindigd. [onderbewindgestelde] woont sinds juni 2018 in de woning, maar zijn verzoek tot medehuurderschap is afgewezen omdat geen duurzame gemeenschappelijke huishouding is vastgesteld.
Na opzegging van de huurovereenkomst door de bewindvoerder van de moeder op 1 september 2022, heeft De Alliantie [onderbewindgestelde] nog een gebruiksperiode gegund tot 1 april 2023. Ondanks deze afspraken verblijft [onderbewindgestelde] nog steeds in de woning zonder recht of titel.
De Alliantie vordert ontruiming met een termijn van zeven dagen na betekening, terwijl [gedaagde] uitstel vraagt in verband met een lopende beroepsprocedure tegen de afwijzing van een urgentieverklaring en de psychische omstandigheden van [onderbewindgestelde]. De kantonrechter oordeelt dat de belangen van De Alliantie zwaarder wegen en stelt een ontruimingstermijn van acht weken, tot uiterlijk 31 juli 2023, vast. Tevens wordt een gebruiksvergoeding van €598,92 per maand opgelegd en wordt het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt tot ontruiming uiterlijk 31 juli 2023 met betaling van gebruiksvergoeding en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.