Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) van 4 april 2023, waarin hij werd verplicht een cursus over verantwoord rijgedrag te volgen en de kosten daarvan zelf te betalen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen spoedeisend belang is, aangezien het geschil een financieel belang betreft dat na afloop van de bezwaarprocedure kan worden terugbetaald, mits verzoeker gelijk krijgt. Verzoeker heeft onvoldoende onderbouwd dat er sprake is van acute financiële nood of een onomkeerbare situatie.
Daarnaast is het besluit niet evident onrechtmatig. Het CBR baseert zich op politie-informatie waaruit blijkt dat verzoeker op 29 maart 2023 de snelheidslimiet met 57 km/h heeft overschreden. De door verzoeker ingediende print-screens uit het digitale systeem van zijn auto zijn onvoldoende overtuigend om ernstig te twijfelen aan de juistheid van de politiegegevens.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding.