ECLI:NL:RBMNE:2023:2775
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens ontbreken concrete feiten voor rechterlijke vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de hoofdzaken met zaaknummers UTR 22/132 en UTR 22/133 behandelde. Dit verzoek was gebaseerd op vermeende vooringenomenheid van de rechter.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 8:15 en Pro 8:16 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verzoeker bracht echter geen concrete feiten of omstandigheden aan die de rechterlijke onpartijdigheid konden aantasten.
Daarom oordeelde de wrakingskamer dat het verzoek niet voldeed aan de wettelijke motiveringsvereisten en verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk. Een mondelinge behandeling werd achterwege gelaten en de procedure in de hoofdzaken werd voortgezet zoals die was opgeschort.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van concrete feiten die rechterlijke onpartijdigheid aantasten.