Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.VORDERING
3.BEOORDELING VAN DE VORDERING
€ 370.252,72
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 14 juni 2023 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen veroordeelde, die eerder is veroordeeld voor betrokkenheid bij een hennepkwekerij en stroomdiefstal. De officier van justitie vorderde een ontnemingsbedrag van €971.158,82, gebaseerd op een rapport over het wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank nam een kortere periode als uitgangspunt en stelde het voordeel vast op €370.252,72.
De rechtbank oordeelde dat de hennepkwekerij in werking was van 1 februari 2017 tot en met 25 oktober 2018, met acht gerealiseerde oogsten na aftrek van een mislukte oogst. De bruto opbrengst en kosten per oogst werden berekend voor twee kweekruimtes, wat resulteerde in het genoemde totaalbedrag. Omdat veroordeelde samen met een mededader profiteerde, werd het bedrag gelijk verdeeld, waardoor veroordeelde een betalingsverplichting van €185.126,36 kreeg opgelegd.
Hoewel de redelijke termijn voor de ontnemingsprocedure met ruim een jaar en negen maanden werd overschreden, zag de rechtbank geen aanleiding tot matiging van het ontnemingsbedrag omdat de straf in de hoofdzaak al was gematigd wegens termijnoverschrijding. De rechtbank stelde de betalingsverplichting vast en bepaalde de maximale duur van gijzeling op 1080 dagen.
De uitspraak is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en bevestigt dat de ontnemingsvordering gegrond is, waarbij de rechtbank de berekening uit het rapport grotendeels volgt maar met een kortere periode rekent.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €185.126,36 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.