ECLI:NL:RBMNE:2023:2871
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. van Es – de Vries
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiser maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €1.125.000 voor het belastingjaar 2022, en stelde een lagere waarde van maximaal €920.000 voor. Verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente, handhaafde de waarde na bezwaar. De rechtbank beoordeelde het beroep op basis van een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met drie referentiewoningen in de buurt, waarbij rekening werd gehouden met verschillen in bouwjaar, oppervlakte en staat.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is. De taxatiematrix en toelichting boden voldoende inzicht in de waardebepaling, ondanks dat niet alle KOUDV- en liggingsfactoren getalsmatig waren uitgewerkt. Ook de indexering, grondstaffel en waardering van objectonderdelen waren voldoende onderbouwd.
Eiser stelde dat de woning slecht geïsoleerd is en in matige onderhoudsstaat verkeert, wat een waardedrukkend effect zou hebben. De rechtbank vond dat dit onvoldoende was onderbouwd en dat verweerder dit adequaat had verwerkt in de waardering. Ook de nabijheid van een camping werd door verweerder als verwaarloosbaar beoordeeld, wat eiser niet betwistte.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de WOZ-waarde. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter J. van Es – de Vries op 31 mei 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €1.125.000 wordt ongegrond verklaard en de waarde wordt gehandhaafd.