ECLI:NL:RBMNE:2023:2872
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. van Es – de Vries
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in Utrecht, welke is vastgesteld op € 527.000 voor het belastingjaar 2022. Na een ongegrondverklaring van het bezwaar door verweerder, heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft beoordeeld of verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Verweerder heeft een taxatiematrix overgelegd waarin de woning wordt vergeleken met drie referentiewoningen in dezelfde buurt, die qua bouwjaar en uitstraling vergelijkbaar zijn en recentelijk zijn verkocht. De rechtbank acht deze referentiewoningen bruikbaar en vindt dat verweerder voldoende rekening heeft gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte en voorzieningen.
Eiser heeft diverse beroepsgronden aangevoerd, waaronder het ontbreken van inzicht in de grondprijs en het indexeringspercentage, alsmede de waardering van voorzieningen van referentiewoningen. Deze gronden zijn door de rechtbank verworpen, mede omdat verweerder toelichting heeft gegeven en eiser onvoldoende heeft weersproken. De rechtbank concludeert dat de vastgestelde WOZ-waarde van € 527.000 niet te hoog is en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 527.000 wordt ongegrond verklaard.