ECLI:NL:RBMNE:2023:2952
Rechtbank Midden-Nederland
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking dwangsominvordering door gemeente Utrecht
CSC Holland B.V. stelde beroep in tegen een beslissing op bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht, waarin een dwangsom van €1.500,- werd ingevorderd. Het college trok vervolgens zowel het primaire besluit als de beslissing op bezwaar in, waarna eiseres het beroep introk en vergoeding van proceskosten vorderde.
De rechtbank oordeelde dat het college met de intrekking volledig tegemoet was gekomen aan de eis van eiseres, waardoor een proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75a Awb passend was. De rechtbank wees de vergoeding toe voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand conform het forfaitaire tarief uit het Besluit proceskosten bestuursrecht, maar wees vergoeding van het honorarium en griffierecht af omdat geen uitzonderlijke omstandigheden waren aangevoerd.
Uiteindelijk veroordeelde de rechtbank het college tot betaling van €2.031,- aan proceskosten, bestaande uit vergoeding voor rechtsbijstand in zowel de beroeps- als bezwaarfase. Vergoeding van het griffierecht dient eiseres rechtstreeks bij het college te vorderen.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van €2.031,- aan proceskosten aan eiseres.