ECLI:NL:RBMNE:2023:2972
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na eindbeslissing wrakingskamer en wrakingsverbod
Verzoeker diende op 12 juni 2023 een wrakingsverzoek in tegen de wrakingskamer die een eerdere wrakingszaak behandelde in bestuursrechtelijke procedures waarbij verzoeker partij was. Dit verzoek betrof rechters die al een eindbeslissing hadden genomen op een eerder wrakingsverzoek van verzoeker.
De wrakingskamer oordeelde dat wraking niet mogelijk is nadat een einduitspraak is gedaan, omdat het doel van het wrakingsmiddel dan is komen te vervallen. Het nieuwe wrakingsverzoek werd daarom niet inhoudelijk beoordeeld en als niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast werd besloten dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in de gerelateerde procedures niet in behandeling zal worden genomen om misbruik van het wrakingsmiddel te voorkomen en de voortgang van de procedures te waarborgen.
De beslissing werd genomen door de wrakingskamer bestaande uit voorzitter M.E. Heinemann en leden H.B.W. Beekman en P.J.M. Mol, en is onherroepelijk omdat er geen rechtsmiddel tegen openstaat.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard en een wrakingsverbod opgelegd voor toekomstige verzoeken in de gerelateerde procedures.