ECLI:NL:RBMNE:2023:3009

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 juni 2023
Publicatiedatum
26 juni 2023
Zaaknummer
558416 / HA RK 23-122
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 39 lid 4 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen rechtbank en rechters in functie

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechtspraak, de rechtbank Midden-Nederland en alle rechters in functie in Nederland en de overzeese gebieden. Dit verzoek werd ingediend in een lopende hoofdzaak. Eerder was een soortgelijk wrakingsverzoek van verzoeker al niet-ontvankelijk verklaard.

De wrakingskamer oordeelde dat een wrakingsverzoek slechts kan worden gericht tegen een rechter die daadwerkelijk de zaak behandelt. Omdat verzoeker zijn verzoek richtte tegen de gehele rechtspraak en alle rechters in functie, voldeed het verzoek niet aan de wettelijke vereisten en was het niet-ontvankelijk.

Daarnaast werd een wrakingsverbod opgelegd voor een volgend wrakingsverzoek in dezelfde procedure om misbruik van het wrakingsmiddel te voorkomen en de voortgang van de procedure te waarborgen. De procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van schorsing.

De beslissing is genomen door een meervoudige wrakingskamer en is onherroepelijk, er staat geen rechtsmiddel tegen open.

Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek en een wrakingsverbod is opgelegd voor toekomstige verzoeken in dezelfde procedure.

Uitspraak

Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Lelystad
Zaaknummer/rekestnummer: 558416 / HA RK 23-122
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van
23 juni 2023
op het verzoek in de zin van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
(verder te noemen verzoeker),

1.De procedure

1.1.
Verzoeker heeft met de op 16 juni 2023 ter griffie van deze rechtbank ingekomen brief in de hoofdzaak met zaaknummer 10423846 LT VERZ 23-1196 een verzoek tot wraking ingediend van de rechtspraak, de rechtbank Midden-Nederland en alle rechters in functie in Nederland en de overzeese gebieden, waaronder Sint Maarten.
1.2.
In de hoofdzaak heeft verzoeker op 3 mei 2023 ook al een wrakingsverzoek (met zaaknummer 556974 / HA RK 23-97) ingediend tegen de rechter, de griffier en de rechtbank Midden-Nederland. Verzoeker is in dit wrakingsverzoek bij beslissing van 25 mei 2023 niet-ontvankelijk verklaard.
1.3.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.De beoordeling

2.1.
Artikel 36 Rv Pro bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelt op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Hieruit volgt dat een wrakingsverzoek slechts kan worden ingediend tegen een rechter die de zaak behandelt.
2.2.
Omdat verzoeker zijn wrakingsverzoek heeft gericht tegen de rechtspraak, de rechtbank Midden-Nederland en alle rechters in functie overweegt de wrakingskamer dat er geen sprake is van een wrakingsverzoek in de zin van de wet. Verzoeker is daarom niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
Wrakingsverbod
2.3.
De wrakingskamer ziet aanleiding toepassing te geven aan artikel 39 lid 4 Rv Pro.
Een volgend wrakingsverzoek van verzoeker, betrekking hebbend op de procedure met zaaknummer 10423846 LT VERZ 23-1196, zal niet in behandeling worden genomen. De reden hiervan is dat in het belang van de voortgang van die procedure voorkomen moet worden dat verzoeker door een hernieuwd wrakingsverzoek misbruik maakt van het wrakingsmiddel.

3.De beslissing

De wrakingskamer:
3.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;
3.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoeker, andere betrokken partijen en de president van deze rechtbank;
3.3.
bepaalt dat de procedure van verzoeker met zaaknummer 10423846 LT VERZ 23-1196 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek;
3.4.
bepaalt dat een volgend verzoek om wraking in de zaak met het zaaknummer 10423846 LT VERZ 23-1196 niet in behandeling zal worden genomen.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.G. Nicholson, voorzitter, en mrs. D. Wachter en C.P. Lunter als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. E.F.Q. van Dooren, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2023.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.