ECLI:NL:RBMNE:2023:3043

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
27 februari 2023
Publicatiedatum
27 juni 2023
Zaaknummer
22/4775
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na intrekking bestuursbesluit door korpschef politie

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de korpschef van de politie van 17 augustus 2022. Op 1 december 2022 heeft de korpschef het besluit ingetrokken, waarmee aan het verzoek van verzoekster werd voldaan. Vervolgens heeft verzoekster het beroep ingetrokken en een vergoeding van haar proceskosten gevorderd.

De rechtbank overweegt dat zij op grond van artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht proceskosten kan toewijzen. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek om vergoeding, waaruit de rechtbank afleidt dat geen bezwaar bestaat tegen vergoeding.

De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 837,- en veroordeelt verweerder tot betaling hiervan. Tevens moet verweerder het griffierecht van € 184,- aan verzoekster vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn op 27 februari 2023.

Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van € 837,- aan proceskosten en € 184,- griffierecht aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/4775

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 februari 2023 in de zaak tussen

[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. J.J. van Kuijk),
en

de korpschef van de politie, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten.
Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Verweerder heeft op 17 augustus 2022 een besluit genomen. Verzoekster is hiertegen in beroep gegaan. Op 1 december 2022 heeft verweerder medegedeeld dat hij terugkomt op het besluit van 17 augustus 2022 en dat hij dit besluit intrekt. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoekster wilde. Verzoekster heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van verzoekster. De rechtbank leidt hier uit af dat verweerder er geen bezwaar tegen heeft om de proceskosten van verzoekster te vergoeden.
4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op € 837,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van
€ 837,- en een wegingsfactor 1).
5. Verweerder moet ook het griffierecht van € 184,- aan verzoekster betalen (artikel 8:41 Awb Pro).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 837,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van I.J. Tiktak, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.