ECLI:NL:RBMNE:2023:3046

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
3 mei 2023
Publicatiedatum
27 juni 2023
Zaaknummer
22/5716
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding na intrekking besluit urgentieverklaring sociale huurwoning

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de gemeente Woerden van 7 november 2022 waarin zijn verzoek om een urgentieverklaring voor een sociale huurwoning werd afgewezen. Tijdens de procedure heeft de gemeente het besluit ingetrokken en een nieuw besluit genomen waarin het verzoek alsnog werd ingewilligd. Hierdoor heeft verzoeker het beroep ingetrokken en een vergoeding van zijn proceskosten gevraagd.

De rechtbank stelt vast dat de gemeente volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van verzoeker door het besluit in te trekken en een nieuw besluit te nemen. Op grond hiervan is sprake van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verweerder heeft zich verzet tegen de proceskostenveroordeling, maar de rechtbank wijst dit verweer af.

De rechtbank veroordeelt de gemeente tot betaling van € 837,- aan proceskosten en het griffierecht van € 184,- aan verzoeker. De uitspraak is gedaan door rechter C.M. Dijksterhuis op 3 mei 2023 te Utrecht.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gemeente Woerden tot betaling van € 837,- aan proceskosten en € 184,- griffierecht aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/5716

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 mei 2023 in de zaak tussen

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. drs. I.L. Madu),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woerden, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.
Verweerder heeft op 13 februari 2023 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Verweerder heeft op 7 november 2022 een besluit genomen. Verzoeker is hiertegen in beroep gegaan
.Op 25 januari 2023 heeft verweerder medegedeeld dat hij terugkomt op het besluit van 7 november 2022 en dat hij dit besluit intrekt. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoeker wilde. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Bij brief van 13 februari 2023 heeft verweerder aangegeven zich niet te kunnen vinden in een proceskostenveroordeling, omdat toewijzing van de urgentie niet heeft plaatsgevonden doordat het besluit van 7 november 2022 onrechtmatig is gebleken, maar omdat nieuwe informatie ertoe heeft geleid om alsnog een urgentieverklaring voor een sociale huurwoning te geven.
4. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergeven procesverloop stelt de rechtbank vast dat verweerder volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van verzoeker tegen het besluit van 7 november 2022, aangezien verweerder een nieuw besluit heeft genomen waarin het verzoek om een urgentieverklaring alsnog is ingewilligd. Onder deze omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank sprake van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb.
5. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoeker die verweerder moet betalen vast op € 837,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 837,-en een wegingsfactor 1).
6. Verweerder moet ook het griffierecht van € 184,- aan verzoeker betalen (artikel 8:41 Awb Pro).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 837,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, rechter, in aanwezigheid van I.J. Tiktak, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 mei 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.