Opposante heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van 27 januari 2023, waarin haar beroepschrift niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht. De rechtbank had toen zonder zitting geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst bestond.
In het verzet wordt betwist dat de aangetekende herinneringsnota van 5 oktober 2022 daadwerkelijk door opposante is ontvangen. De rechtbank onderzoekt of PostNL het stuk op regelmatige wijze aan het juiste adres heeft aangeboden. Uit de track & trace blijkt dat er wel een ontvangst is getekend, maar de handtekening komt niet overeen met die van de advocaat en er ontbreken gegevens van een legitimatiebewijs.
Gezien deze onduidelijkheden acht de rechtbank het redelijkerwijs betwijfelbaar of de aangetekende brief correct is bezorgd. Daarom wordt het verzet gegrond verklaard, vervalt de eerdere uitspraak en krijgt opposante een nieuwe termijn om het griffierecht te voldoen. De procedure wordt voortgezet zonder dat er nu een beslissing over proceskosten wordt genomen.