ECLI:NL:RBMNE:2023:3142
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens onvoldoende onderbouwing onderhoudstoestand en voorzieningen
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in een Nederlandse woonplaats, vastgesteld op €613.000 per 1 januari 2021 voor het belastingjaar 2022. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde na bezwaar, onderbouwd met een taxatiematrix waarin vergelijkbare woningen werden vergeleken. Eiser stelde dat de waarde te hoog is vanwege onvoldoende correcties voor de onderhouds- en voorzieningentoestand.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar niet aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede omdat de toegepaste correcties onduidelijk zijn en de grondwaarde in de taxatiematrix significant afwijkt van eerdere waarderingen zonder goede verklaring. Het taxatierapport van eiser ondersteunt de lagere waarde onvoldoende, en het door eiser voorgestelde bedrag van €601.000 is niet aannemelijk gemaakt.
Omdat geen partij slaagt in de bewijslast, bepaalt de rechtbank de WOZ-waarde schattenderwijs op €606.000. Tevens veroordeelt de rechtbank de heffingsambtenaar tot vergoeding van de proceskosten van eiser en het betaalde griffierecht. De uitspraak vernietigt de eerdere uitspraak op bezwaar en vermindert de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd naar €606.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig aangepast.