ECLI:NL:RBMNE:2023:3143
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van woning
Eiser betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in een woonplaats, gesteld op €761.000 per waardepeildatum 1 januari 2021. De heffingsambtenaar handhaaft deze waarde na bezwaar. De rechtbank toetst de onderbouwing van de waarde, waarbij de heffingsambtenaar een taxatiematrix met vergelijkbare woningen aanvoert.
De rechtbank oordeelt dat de referentiewoningen qua type, oppervlakte, ligging en bouwjaar voldoende vergelijkbaar zijn en dat de heffingsambtenaar de verschillen adequaat heeft gecorrigeerd. Eiser stelt dat correctiepercentages voor KOUDV-factoren hadden moeten worden toegepast, maar de rechtbank vindt dat de heffingsambtenaar in beroep vrij is van de modelmatige methode af te wijken en deze correcties niet verplicht zijn.
Verder vindt de rechtbank de onderbouwing van de gehanteerde indexeringspercentages onvoldoende toegelicht, maar dit leidt niet tot het oordeel dat de waarde niet inzichtelijk is gemaakt. Eiser heeft onvoldoende gesteld dat de marktontwikkeling onjuist is ingeschat. De rechtbank concludeert dat de waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €761.000 wordt ongegrond verklaard.