ECLI:NL:RBMNE:2023:3144
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiser betwist de WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in Utrecht, vastgesteld op €552.000 per waardepeildatum 1 januari 2021. Hij stelt dat de waarde te hoog is en niet hoger mag zijn dan €483.000. De heffingsambtenaar handhaaft de waarde en onderbouwt deze met een taxatiematrix waarin vier vergelijkbare woningen in Utrecht als referentie worden gebruikt.
De rechtbank beoordeelt de taxatiematrix en concludeert dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Hoewel eiser een nagenoeg identiek buurpand noemt dat in luxere staat is verkocht voor €540.000, vindt de rechtbank de gegevens hierover te summier om dit pand als referentie te gebruiken. De gebruikte referentiewoningen zijn passend vanwege gelijke bouwjaren, gebruiksoppervlakte en uitstraling.
Eiser voert ook aan dat de gehanteerde indexeringspercentages onvoldoende zijn onderbouwd. De rechtbank oordeelt dat ondanks onduidelijkheid over de marktanalyse, de correcties passend zijn toegepast en geen aanleiding geven tot het verlagen van de waarde. Het beroep van eiser wordt daarom ongegrond verklaard en de vastgestelde WOZ-waarde blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €552.000 blijft gehandhaafd.