Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
h.o.d.n. [handelsnaam] ,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
660,00(2 punten x tarief € 330,00)
Rechtbank Midden-Nederland
In het voorjaar van 2018 sloten partijen een overeenkomst voor levering en plaatsing van een pvc-vloer inclusief ondervloer en plakplinten, geschikt voor vloerverwarming. Na oplevering constateerde eiser schade aan de vloer, waarna bleek dat de ondervloer niet geschikt was voor de vloerverwarming. Dit leidde tot discussie over vervanging van de bovenvloer.
De verkoper stelde dat alleen de ondervloer vervangen moest worden en dat de bovenvloer hergebruikt kon worden, maar een inspectie in 2021 bevestigde dat de bovenvloer onherstelbaar beschadigd was. Eiser ontbond de overeenkomst in april 2022 en vorderde terugbetaling van het aankoopbedrag, vergoeding van gevolgschade en kosten.
De rechtbank oordeelde dat de ontbinding rechtsgeldig was omdat de verkoper tekortgeschoten was in zijn verplichtingen en onvoldoende herstel had geboden binnen een redelijke termijn. De verkoper werd veroordeeld tot terugbetaling van het aankoopbedrag met wettelijke rente, vergoeding van gevolgschade (waaronder kosten voor het verplaatsen van meubels en hogere kosten voor een vervangende vloer), buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
De gevorderde wettelijke rente over de gevolgschade werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de ontbinding rechtsgeldig en veroordeelt de verkoper tot terugbetaling van het aankoopbedrag, vergoeding van gevolgschade en proceskosten.