Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar van 12 juli 2022 tegen de lichte toets compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en verklaart het beroep gegrond.
De rechtbank draagt verweerder op om uiterlijk 1 juli 2024 alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000. Omdat reeds 42 dagen zijn verstreken, wordt de dwangsom vastgesteld op €1.442. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser (€418,50) en het betaalde griffierecht (€50).
Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het recht op mondelinge behandeling. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 14 april 2023 waarin de termijn tot 1 juli 2024 als uitgangspunt is vastgesteld voor dit soort zaken. De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn en griffier D. van Grootel.