Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst op haar aanvraag van 22 februari 2021 tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld op 3 mei 2022.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op om uiterlijk 1 juli 2024 alsnog een besluit te nemen. Voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 418,50, en tot terugbetaling van het betaalde griffierecht van € 50,-. Partijen hebben afgezien van een zitting. De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn en uitgesproken op 26 juni 2023.