Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag van 19 oktober 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder op 22 december 2022 een ingebrekestelling heeft ontvangen. Eiseres heeft vervolgens op 22 februari 2023 beroep ingesteld, wat tijdig is.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk, ondanks een aanvankelijke te late betaling van het griffierecht, dat inmiddels is voldaan. De rechtbank oordeelt dat verweerder alsnog een besluit moet nemen, binnen de termijn die de rechtbank hanteert tot uiterlijk 1 juli 2024, conform een eerdere uitspraak van 14 april 2023.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan eiseres, vastgesteld op €418,50, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €50.
De uitspraak is gedaan door rechter L.A. Banga en uitgesproken op 23 juni 2023. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van de uitspraak.