Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van 26 juli 2021. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres de Belastingdienst op 7 september 2022 schriftelijk in gebreke heeft gesteld.
Na het verstrijken van de wettelijke termijn heeft eiseres op 9 maart 2023 het beroep ingediend. De rechtbank verklaart het beroep kennelijk gegrond en draagt de Belastingdienst op om binnen de termijn van uiterlijk 1 juli 2024 alsnog een besluit te nemen, conform een eerder vastgesteld uitgangspunt in soortgelijke zaken.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Omdat het beroep gegrond is verklaard, krijgt eiseres een proceskostenvergoeding van € 418,50 en wordt het betaalde griffierecht van € 50,- door de Belastingdienst vergoed.