Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag van 6 mei 2021 tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. Verweerder ontkent dat de ingebrekestelling tijdig was, maar de rechtbank oordeelt dat deze prematuur was, doch gezien de lange overschrijding van bijna 13 maanden en de grote hoeveelheid soortgelijke aanvragen, is het niet juist om dit tegen eiser te gebruiken.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiser tijdig beroep heeft ingesteld. Het beroep wordt daarom kennelijk gegrond verklaard. Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen, met een uiterste beslistermijn van 1 juli 2024 conform een eerdere uitspraak van 14 april 2023.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van een dwangsom van €100,- per dag met een maximum van €15.000,- voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden. Verweerder moet tevens de proceskosten van eiser vergoeden, vastgesteld op €418,50, en het betaalde griffierecht van €50,- terugbetalen.
De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra op 23 juni 2023 en is in het openbaar uitgesproken. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken.