Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag van 14 september 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en dat eiseres de ingebrekestelling correct heeft gedaan.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het niet tijdig genomen besluit. Verweerder wordt opgedragen uiterlijk 1 juli 2024 alsnog een besluit te nemen, conform een eerder door de rechtbank vastgesteld uitgangspunt voor dergelijke zaken.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht.
Partijen hebben afgezien van een zitting. De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer en griffier D. van Grootel, waarbij de griffier verhinderd was mede te ondertekenen.