Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst op haar aanvraag van 6 april 2021 tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres tijdig beroep heeft ingesteld na ingebrekestelling.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en bepaalt dat de Belastingdienst binnen twee weken na verzending van de uitspraak een besluit moet nemen, met een uiterste beslistermijn van 1 juli 2024 zoals eerder vastgesteld in een soortgelijke zaak. Voor elke dag dat de Belastingdienst deze termijn overschrijdt, wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-.
Verder wordt de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ad € 418,50 en het betaalde griffierecht van € 50,-. De rechtbank vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit en wijst erop dat partijen geen gebruik hebben gemaakt van het recht op een zitting.