Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van 21 april 2021. Verweerder heeft de beslistermijn overschreden en is op 4 april 2022 in gebreke gesteld. Eiseres heeft vervolgens op 11 april 2023 beroep ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen, met een uiterste termijn tot 1 juli 2024, conform een eerdere uitspraak van 14 april 2023.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€ 418,50) en het betaalde griffierecht (€ 50,-).