Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst/Toeslagen op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van 27 december 2021. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres de Belastingdienst op 16 januari 2023 in gebreke heeft gesteld. Het beroep is tijdig ingediend en kennelijk gegrond.
De rechtbank draagt de Belastingdienst op om uiterlijk 1 juli 2024 alsnog een besluit te nemen. Dit termijn is gebaseerd op een eerdere uitspraak van 14 april 2023 waarin een standaard beslistermijn voor dergelijke zaken is vastgesteld. Voor elke dag dat deze termijn wordt overschreden, moet de Belastingdienst een dwangsom van € 100,- betalen, met een maximum van € 15.000,-.
Verder wordt de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan eiseres, vastgesteld op € 418,50, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 50,-. De rechtbank wijst erop dat de dwangsomregeling conform paragraaf 4.1.3.2 van de Awb van toepassing is en dat de Belastingdienst reeds een dwangsom van € 1.442,- heeft toegekend. Partijen hebben afgezien van een zitting, waarna het onderzoek is gesloten.