Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van 26 juli 2021. De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres de Belastingdienst op 5 september 2022 schriftelijk in gebreke heeft gesteld. Het beroep is tijdig ingediend en gegrond verklaard.
De rechtbank bepaalt dat de Belastingdienst alsnog een besluit moet nemen, in principe binnen twee weken na verzending van de uitspraak, maar verwijst naar een eerdere uitspraak waarin een nadere beslistermijn tot 1 juli 2024 is vastgesteld voor dit soort zaken. De rechtbank ziet geen reden om hiervan af te wijken.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat de Belastingdienst te laat is, met een maximum van €15.000. De reeds opgelopen dwangsom wordt vastgesteld op €1.442. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€418,50) en het betaalde griffierecht (€50).