Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[gedaagde sub 1] B.V., t.h.o.n. [handelsnaam] ,
2.2. [gedaagde sub 2] B.V.,
3.3. [gedaagde sub 3] B.V.,
4.[gedaagde sub 4] B.V.,
5.[gedaagde sub 5] B.V.,
6.[gedaagde sub 6] B.V.,te [vestigingsplaats 5] ,
- de mondelinge behandeling van 6 juni 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van [eiseres]
- de pleitnota’s van [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [gedaagden sub 5 en sub 6] , [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 3] .
2.Waar gaat het over?
3.De vorderingen
primairten aanzien van alle gedaagden om:
subsidiairten aanzien van alle gedaagden om te bepalen dat zij moeten toestaan dat [eiseres] inzage neemt in de afschriften van de bescheiden, voor zover de door de voorzieningenrechter benoemde onafhankelijke deskundige heeft bepaald dat het documenten betreft die voldoen aan de hiervoor onder 4., 7., 10. en 13. weergegeven omschrijving, op straffe van een dwangsom van € 50.000,- voor ieder dag(deel) dat [gedaagde sub 1] daarmee in gebreke blijft en een dwangsom van € 20.000,- voor ieder dag(deel) dat [gedaagde sub 2] en/of [gedaagde sub 3] daarmee in gebreke blijft;