ECLI:NL:RBMNE:2023:324
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van arbeidsongeschiktheid en WIA-uitkering na bezwaar
Eiseres, voormalig zorgmanager, is per 23 juli 2019 arbeidsongeschikt geraakt en heeft een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV stelde haar arbeidsongeschiktheid aanvankelijk vast op 48,05%, maar na bezwaar werd dit percentage verhoogd naar 49,92%. Eiseres betwistte deze vaststelling en voerde aan dat zij meer beperkingen heeft en niet hersteld is.
De rechtbank beoordeelde of het UWV het arbeidsongeschiktheidspercentage terecht had vastgesteld. Hierbij werd gekeken naar de zorgvuldigheid en volledigheid van het medisch onderzoek, dat bestond uit telefonische en fysieke spreekuren door verzekeringsartsen, en de beoordeling van medische documenten, waaronder rapporten van GZ-psychologen en een MRI-scan. De rechtbank concludeerde dat het onderzoek zorgvuldig en begrijpelijk was en dat de medische beoordeling door de verzekeringsarts bezwaar en beroep overtuigend was gemotiveerd.
De rechtbank nam het standpunt van eiseres dat haar psychische klachten en herstelperiode zwaarder mee moesten wegen niet over, omdat deze klachten zich grotendeels na de peildatum van 30 juli 2021 voordeden. Ook de arbeidskundige beoordeling werd niet betwist. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en bleef het UWV-besluit over het arbeidsongeschiktheidspercentage en de WIA-uitkering ongewijzigd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het UWV-besluit over haar arbeidsongeschiktheidspercentage is ongegrond verklaard.