Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag van 5 juli 2021 tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft de beslistermijn overschreden, wat niet in geschil is. Na ingebrekestelling op 2 augustus 2022 heeft eiseres op 3 maart 2023 het beroep ingediend.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en bepaalt dat verweerder alsnog een besluit moet nemen, uiterlijk binnen twee weken na verzending van deze uitspraak, met als uiterste termijn 1 juli 2024 conform eerdere jurisprudentie. Voor elke dag overschrijding van deze termijn moet verweerder een dwangsom van € 100,- betalen, met een maximum van € 15.000,-.
Verweerder heeft reeds een dwangsom van € 1.442,- toegekend conform de Awb. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€ 418,50) en het betaalde griffierecht (€ 50,-). Partijen hebben afgezien van een zitting. De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn op 29 juni 2023.