Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag van 2 april 2021 voor herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft de beslistermijn overschreden, wat tussen partijen niet in geschil is. Eiser heeft na ontvangst van een ingebrekestelling op 11 april 2022, meer dan twee weken later op 22 maart 2023 het beroep ingediend.
De rechtbank verklaart het beroep kennelijk gegrond en vernietigt het niet tijdig genomen besluit. Verweerder wordt opgedragen om uiterlijk 1 juli 2024 alsnog een besluit te nemen, conform het uitgangspunt dat de rechtbank hanteert in soortgelijke zaken. Voor elke dag overschrijding van deze termijn moet verweerder een dwangsom van €100 betalen, met een maximum van €15.000.
Verder wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €418,50, en tot terugbetaling van het betaalde griffierecht van €50. Partijen hebben afgezien van een zitting, waarna het onderzoek is gesloten en de uitspraak in het openbaar is gedaan op 23 juni 2023.