Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder op haar aanvraag van 6 april 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres verweerder op 10 mei 2022 in gebreke heeft gesteld. Het beroep is tijdig ingediend en gegrond verklaard.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog een besluit moet nemen, waarbij als uiterste termijn 1 juli 2024 geldt, conform een eerdere uitspraak van 14 april 2023. Voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, moet een dwangsom van € 100,- worden betaald, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 418,50, en tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht van € 50,-. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het recht op mondelinge behandeling. De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn op 26 juni 2023.