Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst op haar aanvraag van 22 januari 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat de ingebrekestelling op 11 mei 2022 door verweerder is ontvangen. Eiseres heeft vervolgens op 21 maart 2023 beroep ingesteld, wat binnen de wettelijke termijn is.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het niet tijdig genomen besluit. Verweerder wordt opgedragen uiterlijk 1 juli 2024 alsnog een besluit te nemen, conform het uitgangspunt dat in een eerdere uitspraak van 14 april 2023 is vastgesteld. Voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, moet een dwangsom van € 100,- worden betaald, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast krijgt eiseres een vergoeding van € 418,50 voor proceskosten en wordt het betaalde griffierecht van € 50,- aan haar vergoed. Partijen hebben afgezien van een zitting. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier M.E.C. Bakker op 23 juni 2023.