ECLI:NL:RBMNE:2023:328
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiseres betwist de door de gemeente vastgestelde WOZ-waarde van haar woning aan een adres in Utrecht, welke is vastgesteld op €960.000 voor het belastingjaar 2022 met waardepeildatum 1 januari 2021. Zij stelt een lagere waarde van €749.000 voor en voert meerdere beroepsgronden aan, waaronder onduidelijkheid over correcties in de taxatiematrix, onjuiste oppervlakte van het souterrain en ongeschikte referentiewoningen.
De rechtbank overweegt dat verweerder met een taxatiematrix en nadere toelichting aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De referentiewoningen zijn voldoende vergelijkbaar en de verschillen zijn adequaat verwerkt. De door eiseres aangevoerde bezwaren, zoals het ontbreken van inzicht in correcties en het afnemend grensnut, zijn onvoldoende onderbouwd of worden door verweerder adequaat gemotiveerd.
Daarnaast wijst de rechtbank het betoog over de oppervlakte van het souterrain af wegens strijd met de goede procesorde, omdat dit punt te laat is ingebracht. Ook de door eiseres aangedragen referentiewoningen worden niet gevolgd, omdat verweerder vrij is in de keuze van referentiewoningen en het bewijsrisico draagt.
De rechtbank concludeert dat de vastgestelde WOZ-waarde van €960.000 niet te hoog is en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €960.000 wordt ongegrond verklaard.