Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst/Toeslagen op zijn aanvraag van 25 januari 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld op 18 april 2022. Eiser heeft vervolgens tijdig beroep ingesteld.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het niet tijdig nemen van het besluit. Verweerder wordt opgedragen uiterlijk 1 juli 2024 alsnog een besluit te nemen, conform het uitgangspunt dat in een eerdere uitspraak van 14 april 2023 is vastgesteld. Voor elke dag vertraging na deze datum moet verweerder een dwangsom van € 100,- betalen, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt verweerder verplicht het door eiser betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden. Er zijn geen andere proceskosten toegewezen. Partijen hebben afgezien van een zitting. De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn op 26 juni 2023 te Utrecht.