Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
(de rechtbank begrijpt: op 30 november 2022) hoorde ik dat collega [verbalisant 2] achter een bekende harddrugsgebruikster aan zat. Ik zag vervolgens dat een Somalisch uitziende jongeman, naar later bleek [verdachte] , geboren [geboortedatum] /1998, vanaf de [straat 1] kwam aanlopen. Ik zag dat hij contact maakte met de harddrugsgebruikster en dat zij samen wegliepen. Ik zag dat zij iets uitwisselden. [2]
5.BEWEZENVERKLARING
op 30 november 2022 te Amersfoort opzettelijk aanwezig heeft gehad 1,2 gram heroïne en 2,3 gram cocaïne, zijnde heroïne en cocaïne telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.TOEPASSELIJKEWETTELIJKEVOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden;
- 350 EUR, ibg 30-11-2022 (Goednummer: G3083921);
- 1 STK Etui (Goednummer: G3083933);
- 1 STK Weegschaal (Goednummer: G3083928).
( art 10 lid 4 Opiumwet Pro, art 2 ahf Pro/ond B Opiumwet )
hij op of omstreeks 30 november 2022 te Amersfoort, in elk geval in Nederland,opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1,2 gram, in elk geval een (handels)hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of ongeveer 2,3 gram, in elk geval een (handels)hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en/of cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet
( art 10 lid 3 Opiumwet Pro, art 2 ahf Pro/ond C Opiumwet )