Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2023:3407

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
25 april 2023
Publicatiedatum
10 juli 2023
Zaaknummer
23/1318
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:82 AwbArt. 8:83 AwbArt. 8:84 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing proceskostenveroordeling na intrekking verzoek voorlopige voorziening Wmo-begeleiding

Verzoeker diende een aanvraag in voor een maatwerkvoorziening Wmo begeleiding individueel voor negen uur per week in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb). Deze aanvraag werd aanvankelijk afgewezen door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woerden. Na bezwaar werd het primaire besluit ingetrokken en werd toegezegd een nieuw besluit te nemen.

Verzoeker stelde beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Vervolgens kende het college op 4 april 2023 alsnog de maatwerkvoorziening toe voor de periode van 5 april tot en met 5 oktober 2023, waarna verzoeker zijn verzoek om voorlopige voorziening introk met het verzoek tot proceskostenvergoeding.

De voorzieningenrechter oordeelde dat het college aan het verzoek was tegemoetgekomen en wees het verzoek tot proceskostenvergoeding toe. De proceskosten werden vastgesteld op € 837,-, inclusief het griffierecht, conform de toepasselijke wettelijke bepalingen. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is onherroepelijk.

Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Woerden is veroordeeld tot betaling van € 837,- aan proceskosten aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/1318

uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 april 2023 in de zaak tussen

[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker

(gemachtigde: mr. M.F. Vermaat),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woerden, verweerder

(gemachtigde: B. van Dijk).

Procesverloop

In het besluit van 25 november 2022 (primair besluit) heeft verweerder de aanvraag op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) voor een maatwerkvoorziening Wmo begeleiding individueel voor negen uur per week in de vorm van een pgb afgewezen.
In het besluit van 23 maart 2023 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen het primaire besluit gegrond verklaard en het primaire besluit ingetrokken. Verweerder zal (op)nieuw onderzoek doen en een nieuw besluit nemen op de aanvraag.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft in het besluit van 4 april 2023 een maatwerkvoorziening Wmo begeleiding individueel aan verzoeker toegekend in de vorm van een pgb voor negen uur per week van 5 april 2023 tot en met 5 oktober 2023.
Naar aanleiding van het besluit van 4 april 2023 heeft verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De voorzieningenrechter heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.
Verweerder heeft de voorzieningenrechter meegedeeld dat hij bereidt is de proceskosten te vergoeden.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Die wetsartikelen zijn op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
3. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is verweerder tegemoet gekomen aan het verzoek om voorlopige voorziening.
4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe en veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 837,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837,- met een wegingsfactor 1).
5. Verweerder moet ook het griffierecht aan verzoeker betalen. Dit is geregeld in artikel 8:82 van Pro de Awb.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 837,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.L. Hol, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 25 april 2023.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.