Eiseres maakte bezwaar tegen de herziening van haar uitwonendenbeurs, de terugvordering van teveel ontvangen studiefinanciering en de aan haar opgelegde boete. De minister had de studiefinanciering aangepast van uitwonende naar thuiswonende na een controle waarbij werd vastgesteld dat eiseres niet op het opgegeven adres woonde.
De controle vond plaats op 25 februari 2022, waarbij bleek dat twee slaapkamers, waaronder die van eiseres, leeg waren en geen persoonlijke spullen aanwezig waren. De broer van eiseres gaf toestemming voor het huisbezoek. Eiseres kon onvoldoende tegenbewijs leveren om aan te tonen dat zij wel op het adres woonde, ondanks verklaringen van haarzelf en familie en overgelegde foto’s en betaalbewijzen.
De rechtbank constateerde een motiveringsgebrek in het besluit op bezwaar omdat de minister niet op de foto’s was ingegaan, maar passeerde dit gebrek omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij op het adres woonde. Het beroep werd ongegrond verklaard, de besluiten bleven in stand en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.