Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 juli 2023 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
[de stichting]uit [vestigingsplaats] (de Stichting)
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres maakte bezwaar tegen de toelaatbaarheidsverklaring die verweerder voor haar dochter had afgegeven, waarmee zij toelaatbaar werd geacht voor het voortgezet speciaal onderwijs. De rechtbank beoordeelde of de aanvraagprocedure zorgvuldig was verlopen en of de deskundigen onafhankelijk waren.
De deskundigen waren geregistreerd BIG-geregistreerden en vielen onder gedragsregels en tuchtrecht, wat volgens de rechtbank voldoende waarborg bood voor hun onafhankelijkheid. De deskundigen baseerden hun adviezen op het dossier, het zienswijzegesprek en vragenlijsten van docenten, welke door de zorgcoördinator waren verwerkt. Eiseres stelde dat de deskundigen onvoldoende zelfstandig onderzoek hadden gedaan en dat zij geen inzage kreeg in de vragenlijsten, maar de rechtbank vond dat de deskundigen over voldoende informatie beschikten en dat eiseres de vragenlijsten zelf had kunnen opvragen bij de school.
Verder oordeelde de rechtbank dat de deskundigenverklaringen zorgvuldig en coherent waren en dat de toelaatbaarheidsverklaring niet onzorgvuldig was genomen. Ook de stelling dat de interventies op school niet structureel waren ingezet, leidde niet tot een ander oordeel. De rechtbank wees het beroep af en verklaarde het griffierecht voor rekening van eiseres te blijven.
Uitkomst: Het beroep tegen de toelaatbaarheidsverklaring voor voortgezet speciaal onderwijs is ongegrond verklaard.