ECLI:NL:RBMNE:2023:3557
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond: juiste WOZ-waarde woning vastgesteld op 1 januari 2021
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €502.000 per 1 januari 2021, omdat hij een lagere waarde van €467.000 bepleitte. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde en onderbouwde deze met een taxatiematrix waarin zes vergelijkbare woningen in de omgeving werden betrokken.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De referentiewoningen zijn qua locatie, bouwjaar en uitstraling voldoende vergelijkbaar en de taxatiematrix houdt rekening met onderlinge verschillen. De door eiser aangevoerde verkoop van een buurpand in mei 2022 is te ver van de waardepeildatum verwijderd en kan niet als beste referentie worden gebruikt.
De rechtbank volgt de heffingsambtenaar in diens keuze van referentiewoningen en wijst het beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 3 juli 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard en de waarde van €502.000 gehandhaafd.