ECLI:NL:RBMNE:2023:3563
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning voor belastingjaar 2022
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de WOZ-waarde van haar woning, vastgesteld op €310.000 voor het belastingjaar 2022 met waardepeildatum 1 januari 2021. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde in de uitspraak op bezwaar, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank Midden-Nederland.
Tijdens de zitting was de gemachtigde van de heffingsambtenaar aanwezig, maar eiseres en haar gemachtigde verschenen niet. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar ontvankelijk was en beoordeelde de onderliggende waarde van de woning. De heffingsambtenaar had de waarde bepaald door vergelijking met drie referentiewoningen in dezelfde omgeving, met vergelijkbare kenmerken en recente verkoopdata.
De rechtbank achtte de gekozen referentiewoningen passend en vond dat de heffingsambtenaar voldoende inzicht had gegeven in de wijze waarop verschillen tussen woningen waren verwerkt. Bovendien was de taxatiewaarde van de woning hoger dan de vastgestelde WOZ-waarde, wat de redelijkheid van de waarde bevestigde. De door eiseres voorgestelde lagere waarde van €502.000 werd niet overgenomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd mondeling gedaan op 21 april 2023 door rechter R. in ’t Veld.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €310.000 wordt ongegrond verklaard.