Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2023:3592

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
14 juli 2023
Publicatiedatum
17 juli 2023
Zaaknummer
558450 HA RK 23-124
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid ongegrond verklaard

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in een civiele hoofdzaak, stellende dat de rechter onrechtmatig en partijdig had gehandeld door meerdere conclusies van antwoord van de wederpartij te accepteren.

De wrakingskamer onderzocht het verzoek aan de hand van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waarbij de objectieve toets voor rechterlijke onpartijdigheid centraal staat. Uit het dossier bleek dat de vermeende dubbele conclusies van antwoord feitelijk een schriftelijke reactie met daaropvolgende mondelinge toelichting betroffen, wat een gebruikelijke proceduregang is en geen schijn van vooringenomenheid oplevert.

Daarnaast was een conclusie van repliek als bijlage ingediend, waarover de rechter nog niet had beslist op toelaatbaarheid. Verzoeker kon dit punt tijdens de mondelinge behandeling aan de orde stellen. De wrakingskamer concludeerde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestond en wees het wrakingsverzoek af.

De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.

Uitspraak

Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer/rekestnummer: 558450 HA RK 23-124
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van
14 juli 2023
op het verzoek in de zin van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van:
[verzoeker] ,
wonend in [woonplaats] ,
(verder te noemen verzoeker).

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het wrakingsverzoek van 16 juni 2023 dat per e-mail is toegezonden;
- de schriftelijke reactie van de rechter van 22 juni 2023;
- de e-mail van verzoeker van 25 juni 2023;
- de e-mails van de wederpartij in de hoofdzaak van 4 en 6 juli 2023 met betrekking tot deelname aan de mondelinge behandeling van de wrakingskamer.
1.2.
Op 7 juli 2023 stond een (digitale) mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek gepland. Maar omdat zowel verzoeker als de rechter hebben aangegeven niet bij de mondelinge behandeling aanwezig te kunnen zijn, is de mondelinge behandeling niet doorgegaan.
1.3.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Het verzoek tot wraking is gericht tegen mr. drs. B.G.W.P. Heijne als behandelend rechter (hierna te noemen: de rechter), in de zaak met het zaaknummer 10519653 MC EXPL 23-2981 (hierna: de hoofdzaak).
2.2.
Verzoeker heeft aan het wrakingsverzoek ten grondslag gelegd dat de rechter onrechtmatig, partijdig en niet onafhankelijk heeft gehandeld door in de hoofdzaak van de wederpartij tweemaal een conclusie van antwoord te accepteren en ook nog een conclusie van repliek.
2.3.
De rechter heeft niet berust in de wraking.

3.De beoordeling

3.1.
Artikel 36 Rv Pro bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.
3.2.
De wrakingskamer onderzoekt in een wrakingsprocedure of de onpartijdigheid van de rechter schade lijdt. Een rechter wordt geacht onpartijdig te zijn tot het tegendeel vaststaat. Van dat laatste kan sprake zijn indien uit zijn overtuiging of gedrag persoonlijke vooringenomenheid tegenover een procespartij blijkt. Daarnaast kan een procespartij de indruk krijgen dat de rechter vooringenomen is. Het gezichtspunt van de procespartij is hier van belang, maar speelt geen doorslaggevende rol. Beslissend is of de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd is. Komt vooringenomenheid of een gerechtvaardigd vermoeden daarvan vast te staan, dan lijdt de rechterlijke onpartijdigheid schade. De wrakingskamer zal het wrakingsverzoek aan de hand van de hiervoor genoemde maatstaven beoordelen.
3.3.
Uit de stukken in het dossier volgt dat de wederpartij in de hoofdzaak schriftelijk heeft gereageerd op de dagvaarding die door verzoeker is uitgebracht. Na toezending van deze schriftelijke reactie aan de rechtbank, is de wederpartij op de rolzitting van 31 mei 2023 verschenen. Daar heeft zij de reeds schriftelijk ingediende reactie nog mondeling toegelicht. Het is de wrakingskamer ambtshalve bekend dat dit een gebruikelijke gang van zaken is. De schriftelijke reactie en de mondelinge toelichting hierop worden beschouwd als de reactie op de door verzoeker uitgebrachte dagvaarding, ook wel de conclusie van antwoord genoemd en gelden niet als twee afzonderlijke conclusies van antwoord. Deze gang van zaken levert naar het oordeel van de wrakingskamer dan ook geen (schijn van) vooringenomenheid van de rechter op.
3.4.
De wrakingskamer heeft gezien dat in het dossier van de hoofdzaak een reactie van de wederpartij zit met de titel ‘conclusie van repliek’. Deze zit als bijlage achter de conclusie van antwoord van de wederpartij. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen dit stuk, nu hiermee volgens hem de “procesvolgorde” en de procesorde worden geschonden. Het is de wrakingskamer niet gebleken dat de rechter zich reeds heeft uitgelaten over de toelaatbaarheid van dit stuk. Anders dan verzoeker stelt, is dit stuk dus nog niet geaccepteerd. Dat wordt bevestigd door de rechter in zijn schriftelijke reactie op het wrakingsverzoek. Wel is een mondelinge behandeling bepaald, waarop het punt van de procesvolgorde, waaronder de toelaatbaarheid van dit stuk, door verzoeker aan de orde kan worden gesteld. Dat heeft de rechter op voorhand laten berichten aan verzoeker.
3.5.
Gelet op het voorgaande zal de wrakingskamer het verzoek tot wraking ongegrond verklaren.

4.De beslissing

De wrakingskamer:
4.1.
verklaart het verzoek tot wraking ongegrond;
4.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, en aan de betrokken teamvoorzitter van het team Kanton, waarin de rechter werkzaam is, en de president van deze rechtbank;
4.3.
bepaalt dat de procedure van verzoeker met zaaknummer 10519653 MC EXPL 23-2981 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. H.A. Brouwer, voorzitter, mr. A.F. Hermans en mr. C.P. Lunter als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. L.C.J. van der Heijden, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2023.
de griffier is buiten staat de voorzitter
deze beslissing te ondertekenen
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.